Tweede Kamerlid op werkbezoek goederenvervoer

Op 24 oktober jl. bracht Sander de Rouwe (Tweede Kamerlid CDA) een werkbezoek aan de Stedendriehoek. Belangrijkste onderwerp was de mogelijk fikse toename van het goederenvervoer over de IJssellijn. Nadat hij ter plekke de situatie in ogenschouw had genomen, ging De Rouwe aan de keukentafel in gesprek met vertegenwoordigers van de Belangenvereniging Bathmen om zich te laten bijpraten over de enorme impact die de ‘mogelijke boog van Bathmen’ op de leefomgeving zal hebben. Daarna kregen de CDA-fracties uit Brummen, Zutphen, Lochem en Deventer de gelegenheid om een presentatie te geven van de specifieke knelpunten in hun gemeente. Brummen vroeg in het bijzonder aandacht voor de volgende punten:

1. In Brummen zijn negen gelijkvloerse spoorwegovergangen. Toename van het goederenvervoer zou grote gevolgen hebben voor de veiligheid en bereikbaarheid.
2. Alle sportvoorzieningen, zwembad, sportzaal, voetbal etc. liggen aan de westzijde van het spoor, terwijl het merendeel van de bebouwde kom aan de oostkant ligt. Bij een toename van 30 goederentreinen per dag, zal een fietstunnel een vereiste zijn.
3. Bedrijventerrein ‘De Hazenberg’ ligt ook aan de westzijde. Het wegverkeer, waaronder zwaar vrachtvervoer zal ernstige hinder ondervinden van een toename van het aantal bewegingen op het spoor. Alleen een ‘complete ondertunneling’ zou dit probleem kunnen oplossen.
4. Zwaar goederenvervoer leidt tot hevige trillingen. De bodem in Brummen is opgebouwd uit lagen waterhoudend klei en veen, naast zandlagen. Deze samenstelling leidt ertoe dat trillingen worden doorgegeven tot op honderden meters afstand.
5. Kortom, de 150 jaar oude IJssellijn is ongeschikt voor massaal goederenvervoer.

Het RONA (Regionaal Overleg Noordelijke Aftakking) beschikt over veel kennis en ervaring m.b.t. het spoorgoederenvervoer en is voor Sander de Rouwe een gewaardeerde gesprekspartner. Henk Derks gaf dan ook een duidelijke uiteenzetting van de bezwaren van veel meer goederentreinen over bestaand spoor. In de daarop volgende discussie gaf De Rouwe aan dat er, wat het CDA betreft, vooral geen overhaaste beslissingen genomen moeten worden in Den Haag. Hij motiveerde dat als volgt: ‘Gezien de economische ontwikkeling is er op dit moment geen enkele noodzaak om nu snel te besluiten. De goederenstromen zijn afgenomen en het hertstel zal uiterst traag verlopen. Ook het reizigersaanbod vertoont een terugval. Als het plan om de OV jaarkaart af te schaffen door gaat, komt er nog aanzienlijk minder aanbod van reizigers’. Staatssecretaris Mansveld is van plan eind dit jaar een definitieve keuze te maken over het tracé tussen Zutphen en Hengelo, via Deventer/Bathmen of via de Twentekanaal route. De Rouwe zal er in de Tweede Kamer op aandringen om de alternatieven eerst nog beter te onderzoeken.

Geef een reactie